
Voeding is essentieel is voor vogels: om hun lichaam op temperatuur te houden, om te overleven envoor de voortplanting.
Het voeren van vogels in tuinen en parken komt veel voor.
Traditioneel werden tuinvogels vooral’s winters gevoerd tijdens vorst. Tegenwoordig is die periode veel ruimer. In het Heempark bevindtzich een groot scala aan bessen dragende planten, bomen en struiken, waar de vogels zich tegoedaan kunnen doen. Daarnaast worden ze gedurende de wintermaanden actief bijgevoerd. Er hangendiverse voederstations, die wekelijks worden bijgevuld, soms zelfs vaker.
Elk vogeltje eet zoals het gebekt is, letterlijk.
Ze zoeken het eten dat bij ze past. De vorm van desnavel is hierbij (mede-)bepalend voor welk voer ze kiezen. In het Heempark worden diversesoorten voer “aangeboden”, allemaal van goede kwaliteit: zaden, pinda’s (gedopt en ongedopt),strooivoer, vetbollen en vogelpindakaas in potten.We zien vooral veel soorten mezen, roodborstjes, merels, lijsters, mussen, winterkoninkjes,boomklevers en -kruipers en nog diverse andere gevederde vrienden.
Hoe weet een vogel waar voedsel te vinden is?
Ten eerste door het gebruik van hun zicht. Ze kunnenal van grote afstand voedsel zien, vooral als het beweegt of glinstert. Ook luisteren ze naarspecifieke geluiden van prooien of voedselbronnen. Hoewel vogels geen sterke reukzin hebben,kunnen sommige toch geuren detecteren. Tot slot lokaliseren ze voedsel met hun snavel en poten,vooral in modder en onder bladeren. Daarnaast wordt beweerd, dat vogels voedselbronnen kunnenonthouden en “kennis opbouwen” over waar en wanneer er iets te halen valt. Ook vindt er “sociale interactie” plaats: ze geven elkaar tips.

Aanplant struiken in Heempark
Om de biodiversiteit in het park te versterken, worden er - naast de al aanwezige bomen en kruiden - struiken aangeplant. Zo ontstaat er een mooie gelaagdheid van hoog naar laag.Struiken zijn ook heel geschikt voor het planten van een haag. Rondom tuinen van woningen zie je nog steeds veel hagen, meestal van liguster- en beukenplanten.In het Heempark worden struiken zowel afzonderlijk als in hagen geplant.
Bijdrage biodiversiteit
De meerwaarde van deze planten is de bloei in de lente-/zomertijd en de vruchtvorming, de bessen in herfst-/wintertijd. Daar profiteren tal van insecten en vogels van. Tijdens een wandeling in deze periode vallen de rode bessen van de kardinaalsmuts en de bottels van de rozenstruiken het meeste op. Voor het waarnemen van de zwartgekleurde bessen van de berberis, sleedoorn en liguster is het goed opletten. Als alle bladeren van de bomen en struiken zijn gevallen, komt weer de gelegenheid om op verschillende plaatsen nieuwe aanplant aan te brengen.
Volgens de geïllustreerde Flora van Nederland (E. Heimans en Jac. P. Thijsse) behoort Hop (Humulus) tot de Brandnetelfamilie, Urticaceae, waartoe ook vijg, moerbei en hennep behoren. Hop is een tweehuizige, vaste, rechts windende klimplant. Bloemen verschijnen van juli tot september, groeien in pluimen bij de mannelijke bloeiwijzen, bij de vrouwelijke bloeiwijzen ontwikkelen zich meerdere bloemen de “hopbellen”, eivormige licht groene vruchtkegels die in wijdvertakte trossen aan de klimplant hangen.De hopbellen worden gebruikt als grondstof voor bier en dient tegelijk als conserveermiddel en smaakmaker (bitter). Hop kwam vaak in plaats van gruit (mengsel van gagel, jeneverbas, karwij o.a.)Hop groeit op voedselrijke, gewoonlijk vochtige grond, in elzen- en wilgenbossen en klimt graag in doornstruwelen. In ons Heempark nu te zien bij de bosrand langs de vijver.


